In ieder mens zit een talent

30-06-10 13:00
Vijf jaar geleden sloegen de gemeente Skarsterlân, welzijnsinstelling Miks en Empaselect de handen ineen voor een bijzonder project: de Wurkjouwer. Het project laat de meest kwetsbare groepen burgers weer mee doen in de samenleving. Voor de gemeente Skarsterlân onderzocht het CAB de cruciale ingrediënten van het succes van de Wurkjouwer. Het CAB sprak met Trijn van der Meulen MCM, directeur van Empaselect.

 

Wat zijn volgens jou de cruciale ingrediënten geweest voor het succes van de Wurkjouwer?

“Het was belangrijk om lef te hebben, te beginnen en pragmatisch te werk te gaan, om klein te beginnen en het concept dan gaandeweg verder uit te breiden. De mensen die het moeten doen hebben ieder hun eigen expertise en die moet de ruimte krijgen.”

De Wurkjouwer laat mensen op drie manieren weer mee doen: door mensen een zinvolle plaats te bieden, door hen te ondersteunen bij problemen en door hen de competenties en vaardigheden te leren die ze nodig hebben om deel te nemen in de samenleving en op de arbeidsmarkt.

De kracht van het project zit in de menselijke schaal, de sociale dynamiek en het daadwerkelijk centraal stellen van de klant. Deelnemers voelen zich gewaardeerd en gerespecteerd en niet het zoveelste nummertje in de rij. Meedoen aan de Wurkjouwer geeft ze het gevoel nuttig bezig te zijn en verder te komen in het leven. Mensen zitten beter in hun vel, hebben weer ambitie en zin in.  

De inzet en aanvullende rollen van de verschillende partijen die samenwerken binnen de Wurkjouwer zijn van groot belang geweest voor het succes van het project. Daarbij onderscheidt het project zich door de gedrevenheid en betrokkenheid van de professionals. Het werken met deze doelgroep is zeer intensief en vraagt om voortdurend schakelen tussen verschillende rollen. Je moet de mensen aanvoelen en hun vertrouwen winnen. Een goede balans tussen een uitnodigende en een verplichtende aanpak zijn daarbij erg belangrijk.

De Wurkjouwer is ontstaan na de invoering van de WWB als aanbod voor de meest kansarm groepen in de bijstand, enerzijds vanuit de participatiegedachte en anderzijds vanuit het principe “voor wat hoort wat”. De betrokken partijen hebben stevig geïnvesteerd in het project en onderweg de nodige hobbels genomen. Ruim vijf jaar later staat er een boeiend en gedreven project dat inmiddels in andere gemeenten navolging vindt.

 “We zijn in Sneek en Bolsward met soortgelijke projecten bezig. In Bolsward ligt de nadruk iets meer op werk. In Franeker zijn bezig met een arbeidstrainingscentrum. Ook hier is het weer belangrijk dat je van te voren wel de kaders uitzet, maar geen blauwdruk maakt; dat professionals de ruimte krijgen het verder uit te ontwikkelen.”

 Wat is naar jou idee de grootste valkuil voor projecten als de Wurkjouwer?

“Zo`n 70% van de verandertrajecten gaat niet goed omdat de professionals er niet in gekend worden. Dan ontstaat er weerstand en zetten mensen de hakken in het zand. Je moet de kaders neerzetten waarbinnen de professionals het project zelf inhoud geven. Veel te vaak wordt van te voren alles dicht getimmerd. De lef hebben om gaandeweg met de verschillende partijen het project vorm te geven is heel belangrijk geweest voor het succes.”

De vraag blijft hoeveel ruimte er in de toekomst voor projecten als de Wurkjouwer,waarin juist gekozen is om te investeren in de groep met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt. Er hangen grote bezuiniging op o.a. het re-integratiebudget voor gemeenten in de lucht. Dit betekent dat gemeenten zich gedwongen zien de bakens te verzetten. Uit o.a. de Divosa Monitor blijkt dat veel gemeenten juist op de inzet voor de groepen met de grootste afstand tot de arbeidsmarkt willen bezuinigen.

Wat vind je van deze ontwikkeling?

“Ik snap de overwegingen die gemeenten vanuit financieel oogpunt maken. Daarom kijken we ook hoe we dit soort projecten voor gemeenten met minder kosten in stand kunnen houden, bijvoorbeeld door te kijken naar andere financieringsbronnen. Links om of rechts om kom je deze doelgroep toch weer tegen. Met de toenemende vergrijzing hebben we straks iedereen hard nodig; ook de groepen die nu langdurig aan de zijlijn dreigen te blijven staan. Een aantal gemeenten is hier ook gevoelig voor en probeert ook juist de participatieprojecten in de lucht te houden”

Wat is volgens jou het beste argument om juist in deze groep te blijven investeren?

“In ieder mens zit een talent.”